Een moreel oordeel is altijd voorlopig en situationeel, maar niet subjectief of cultureel bepaald. Normen en waarden kunnen behulpzaam zijn in het samenleven met anderen. Maar wanneer een handeling aan een norm voldoet, betekent dat slechts dat die handeling "normaal is". Het wil nog niet zeggen dat die handeling moreel juist is, oftewel recht doet aan de ander.
Regels en wetten zijn belangrijke leidraden voor ons handelen. Wetten komen op een democratische wijze tot stand, en waarborgen veel van onze rechten als burgers. Daarom is het belangrijk dat ambtenaren in principe wetgeving en beleid volgen. Toch voegt het zelfstandige morele oordeel iets waardevols toe, zonder gevaar voor willekeur en het schenden van rechtsgelijkheid tot gevolg. Hoe is dat mogelijk?
Ten eerste loopt het recht altijd achter, en zijn wetten algemeen en niet situationeel, met ruimte voor uitzonderingen. Het morele oordeel neemt daarentegen de specifieke situatie en omstandigheden in acht. Ten tweede biedt het morele oordeel een antwoord op de vraag waarom je je aan de wet zou moeten houden. Niet "omdat de wet dat zegt" of omdat je anders strafbaar bent, maar omdat je daarmee recht doet aan de ander. Ten derde maakt het morele oordeel zichtbaar wanneer het volgen van de wet of de politieke wil moreel verkeerd is omdat het belangrijke rechten of beginselen schaadt. In zo'n geval moet een ambtenaar niet zomaar de wet naast zich neerleggen, maar kan hij voorstellen deze te veranderen.
Zelfstandig moreel oordelen leidt niet tot willekeur oftewel het schenden van het beginsel van rechtsgelijkheid, doordat dit beginsel altijd als argument meeweegt in de afweging om tot een moreel oordeel te komen.
Bijna alle mensen verrichten dagelijks talloze moreel juiste handelingen. Daarnaast zijn de meeste mensen in staat en ook geneigd om over hun eigen handelingen en die van anderen te oordelen. Het morele oordelen kan echter ook bij iedereen worden aangescherpt en geoefend. De training morele oordeelsvorming van G&I Nederland maakt de intuïtie expliciet dat de morele juistheid van handelingen bepaald wordt door de mate waarin recht wordt gedaan aan de ander. Ook raken de deelnemers erin geoefend om in de argumentatie de belangrijkste beginselen te herkennen en een zorgvuldige afweging te maken.
G&I Nederland streeft er naar om zichzelf uiteindelijk overbodig te maken. Alleen door zowel het morele leerproces als een rechtvaardige handhavingspraktijk te ‘installeren', ontstaat er een doorgaande ontwikkeling en kan integriteit werkelijk worden verankerd in de organisatie. Daarom zet G&I Nederland in op het toerusten van alle medewerkers met de kennis en vaardigheden, die nodig zijn om het eigen handelen -individueel en gezamenlijk- op een verantwoorde wijze te onderzoeken op rechtmatigheid en morele juistheid. Leidinggevenden worden geschoold om hun medewerkers te kunnen ondersteunen bij het morele oordelen en schendingen enerzijds te voorkómen en anderzijds rechtvaardig te bestraffen.
G&I Nederland ziet het individuele morele oordeel als het fundament van elke integere organisatie. Een rechtvaardige handhavingspraktijk is onontbeerlijk, maar kan alleen worden ontwikkeld vanuit een gezamenlijk onderzoek naar wat moreel juist is en wat moreel verkeerd. Om schendingen en risico's te definiëren, moet men eerst zijn toegerust om te kunnen bepalen wanneer handelingen rechtmatig en moreel juist zijn.
De training morele oordeelsvorming voor medewerkers duurt een hele dag en bestaat uit twee delen. In het inleidende gedeelte wordt op een interactieve manier duidelijk gemaakt onderzocht wat het moreel juiste is, waarbij wordt aangesloten bij alledaagse ervaringen. In het tweede deel worden concrete situaties/beslissingen uit de alledaagse werkpraktijk van de deelnemers onderzocht. De deelnemers verwerven een begrippenkader en leren een methodiek die hen in staat stelt bij alle voorkomende handelingen of beslissingen na te gaan wat moreel juist zou zijn: het zogenaamde "zevenstappenplan".
Waar mogelijk vallen de groepen deelnemers samen met bestaande teams, waarbij leidinggevenden aanwezig kunnen zijn mits zij gedurende de training uit hun leidinggevende rol stappen.
In de visie van G&I Nederland is de integriteit van de overheid het fundament van de integriteit van de samenleving. De integriteit van de overheid is van groot belang voor het functioneren van onze democratische rechtstaat. Bovendien staat de overheid in dienst van de burger, waardoor integriteit aan haar kerntaak raakt. Daarnaast brengen de monopolie- en machtspositie van de overheid een extra verantwoordelijkheid met zich mee om recht te doen aan de burger.
G&I Nederland heeft voor de gezondheidszorg een aantal samenhangende producten ontwikkeld. Doel is om een duidelijke samenhang en eenheid tot stand te brengen in de aandacht en maatregelen op het gebied van integriteit die al aanwezig zijn in de organisatie, zoals vertrouwenspersonen, ethische-, toetsings- of integriteitcommissies, moreel beraadgroepen en ondernemingsraden.
Door zowel aandacht te besteden aan een zorgvuldige handhaving van de regels als het (gezamenlijk) nadenken over morele kwesties, kan integriteit blijvend verankerd worden in de organisatie en een onderdeel worden van de dagelijkse praktijk van professionals in de zorg.
G&I Nederland begint altijd met besprekingen en eerste verkenningen. Pas daarna wordt in samenspraak met de organisatie gewerkt aan een plan van aanpak waarin rekening wordt gehouden met specifieke wensen en het integreren van reeds bestaande elementen van integriteitsbeleid.
Meer over de aanpak, producten en het maatwerk kunt u op deze website vinden bij Producten.
Het morele oordeel is niet afhankelijk van persoonlijke opvattingen of politieke voorkeur. Dat betekent echter niet dat in een moreel vraagstuk politiek geen enkele rol kan spelen. Wanneer een politicus voor een keuze staat, moeten er argumenten worden afgewogen waarin de politieke overtuiging een rol speelt. De specifieke situatie en de gehele context moeten immers altijd in acht worden genomen bij het afwegen. Zo legt het partijprogramma met haar onderliggende beginselen gewicht in de schaal, evenals de belangen van de eigen achterban en het (eigen)belang om kiezers aan zich te binden. De rechten en belangen van alle burgers die invloed ondervinden van de beslissing, moeten echter ook altijd meegewogen worden.